Olietak September 2004
| De Olietak |
September 2003 |
Leest u alstublieft steeds open en innerlijk toegerust in gebed en zelfreiniging.
".... wordt veranderd door de vernieuwing uws gemoeds..." (Rom. 12:2).
"En wij allen, met ongedekten aangezichte de heerlijkheid des Heeren als in een spiegel aanschouwende, worden naar hetzelfde beeld in
gedaante veranderd, van heerlijkheid tot heerlijkheid, als van des Heeren Geest" (2 Kor.3:18).
Er is niets wat duidelijker in onze mensengeschiedenis naar voren komt, dan dat wij geboren zijn, om veranderd te worden. Voordat het alleen al
zover is, dat wij onze eerste schreeuw uitgestoten hebben, heeft onze gestalte zich, uitgaande van het eerste zaadstadium, biljoenen malen
verandert. Naar lichaam, ziel en geest bevinden wij ons in de aansluitende levenstijd in een ononderbroken veranderingsproces. Maar zelfs in het
eindstadium van de menselijke rijpheid, in het oud- en rimpelig worden neemt ons veranderingsproces geen einde, want God spreekt:
"Een
natuurlijk lichaam wordt er gezaaid, een geestelijk lichaam wordt er opgewekt"(1Kor.15:44 e.v.). De inleidende schriftplaatsen openbaren ons
de zin en het doel van ons voortdurende verandert worden. Wij moeten in het beeld van onze onvergankelijke en heerlijke God verandert worden.
Precies dit en geen geringer doel moeten wij bereiken. Iedere menselijke veranderingsdrift komt voort uit dit ene grote hoge doel.
Echter , de openbaring over dit goddelijke doel is voor ons bijna volledig verloren gegaan. Overgebleven is alleen de drift naar verandering. U zult
mij geen mens kunnen tonen, die niet door een veranderingsdrift gevormd is. En wanneer het ook alleen maar de wens voor een betere wereld is: In
ieder mens is een aandrang tot verandering. Echter omdat zij het doel van deze verandering niet meer kennen, veranderen zij voortdurend hun
kleding (mode), richten zij hun woningen steeds weer opnieuw in, verwisselen de woonplaatsen en beroepen, laten zich voortdurend de haren
omvormen of kleuren, kopen nieuwe voorwerpen, bezittingen en starten nieuwe hobby's enz. In de politiek, de maatschappij, de religie, de cultuur
en de filosofie is een onophoudelijk streven naar verandering aan de gang. Neemt men weer eens deel aan een reünie, zal men bemerken. dat het de
oude kameraden met het opfrissen van vroegere herinneringen ook zeer daarom gaat, in het bewustzijn te roepen, wat er verandert is. Ondanks deze
alomtegenwoordige veranderingsdrift kon zich juist in christelijke kringen de ongelooflijke mening doorzetten, verandering zou tijdens ons aardse
leven niet mogelijk zijn. Men kijkt daarbij op de macht der zonde en de drift van zijn menselijke vlees. Echter juist dit zien op het eigen vlees
en op zijn eigen zondige gesteldheid is een van de hoofdoorzaken, waarom wij ons niet overeenkomstig God veranderen. Wij hebben ons denken met het
bewustzijn van het "onmogelijk" vervult. De studie van het eigen verdorven vlees, de eigen machteloosheid en ongeschiktheid vormt overal het
waarnemingsvermogen van de christenen. De bijbel openbaart ons, dat wij steeds in hetzelfde beeld verandert worden, dat wij vol overgave beschouwen.
Ook leert een natuurwet ons, dat wij steeds in hetzelfde beeld verandert worden, waarmee wij ons denk- en waarnemingsvermogen gevuld hebben. Een
negatieve of destructief denkend mens zal zich daarom nooit in een positief, laat staan in een goddelijk beeld kunnen veranderen. Zijn negatief
gevulde denk- en waarnemingsvermogen vernietigt bij hem elk begin van geloven en positieve veranderingsmogelijkheid.
Verandering is de wil en het bevel van God!
Er is niets wat wij dringender nodig hebben als verandering. Wat moet er echter allemaal verandert resp. herschapen worden? De bijbel spreekt van
de eerste tot de laatste bladzijde niet alleen van de mogelijkheid, verandert te worden, zij openbaart ons onze allesomvattende verandert worden
zelfs als wil en bevel van God. In het bijzonder onze verandering weg van de macht van de zonde en de macht van het vlees is niet mis te verstaan
in het woord van God verankert.
"Laat dan (nu)
de zonde niet langer als koning heersen in uw sterfelijk lichaam, zodat gij aan
zijn begeerten zoudt gehoorzamen..." (Rom.6:12). Er kunnen weliswaar begeerten in ons opkomen, toch hebben wij alle macht, deze niet
te gehoorzamen.
"Derhalve (nu)
, broeders, zijn wij schuldenaars, maar niet van het vlees, om naar het vlees te
leven..."(Rom.8:12). Zolang wij ons denken en ons waarnemingsvermogen niet met precies deze bevelen gevuld hebben, zullen we terecht
vaststellen, dat verandering onmogelijk is. Deze woorden van God zijn het zaad van onze verandering, het geloof van Jezus in ons echter is de
kracht voor de doorzetting van de verandering! Daarom neem dit zaad in u op en vertreed haar niet! Voordat wij nauwkeuriger bekijken, hoe men
verandert wordt, nog enige schriftplaatsen, die daarvan getuigen, dat verandering op alle gebieden al gedurende dit aardse leven mogelijk,
ja zelfs, bevolen is. Volgens
Ef.4:22 e.v. ("dat u, wat uw vroegere wandel betreft, de oude mens hebt afgelegd, die ten verderve gaat
overeenkomstig zijn bedriegelijke begeerten, en vernieuwd bent in de geest van uw denken...") moet onze oude mens hier en nu compleet door
de nieuwe mens in ons afgelost worden. Wij moeten in de geest van ons gemoed compleet nieuw gemaakt worden
(vs.23). De daaropvolgende
verzen getuigen van de mogelijkheid, verandert te worden weg van alle leugen, alle toorn, alle verkeerde woorden en scheldpartijen, evenzo echter
van boosheid, ontucht, onreinheid, hebzucht, emancipatie en eigenwil in elke vorm.
2 Kor.8:10 e.v. ("En ik geef in deze mijn mening;
want dit is nuttig voor u, die niet alleen met het doen, maar ook met het willen een jaar geleden bent begonnen.") getuigt van de
mogelijkheid van ons verandert worden met het oog op al ons willen en doen. Ook
Ef.2:8-10 ("Want uit genade zijt gij zalig geworden door
het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; Niet uit de werken, opdat niemand roeme. Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus
tot goede werken, welke God voorbereid heeft, opdat wij in dezelve zouden wandelen.") getuigt daarvan, dat wij niet uit werken, maar tot
goede werken gered werden. Volgens
Rom.6:13 ("En stelt uwe leden niet der zonde tot wapenen der ongerechtigheid; maar stelt uzelven Gode, als
uit de doden levende geworden zijnde, en stelt uw leden Gode tot wapenen der gerechtigheid.") kunnen al onze daden en werken overeenkomstig
God verandert worden. In niet te overziene duidelijkheid spreekt
1Thess.5:23-24 ("En de God des vredes Zelf heilige u geheel en al; en uw
geheel oprechte geest, en ziel, en lichaam worde onberispelijk bewaard in de toekomst van onzen Heere Jezus Christus. Hij, Die u roept, is getrouw,
Die het ook doen zal.") daarvan, dat onze geest, ziel met het lichaam bij de aanwezigheid resp. aankomst van onze Heer ongeschonden en
onberispelijk moet worden bewaard. Geest, ziel en lichaam! Mannen als Henoch, Mozes, Elia of Kaleb hebben met hun leven bewezen, dat in deze aardse
tijd zelfs een scheppende verandering tot in de volkomenheid van het lichaam mogelijk is. Henoch werd opgenomen, Mozes was met 120 jaar nog precies
zo fris als in zijn jeugd, evenzo ook Kaleb, Elia enz. Het getuigenis uit
1 Kor.15:44 e.v. schildert ons in niet mis te verstane woorden het
laatste doel van de aardse verandering voor ogen: Wij moeten tot in ons lichaam verandert worden. Deze verandering vindt haar hoogtepunt in onze
lichaamsverandering bij de opname. Zelfs wanneer wij dit doel niet bereiken en voor die tijd sterven, wordt ons boven de dood uit de verandering van
ons natuurlijk lichaam beloofd:
"Een natuurlijk lichaam wordt er gezaaid, een geestelijk lichaam wordt er opgewekt"(1Kor.15:44 e.v.).
Er zijn nog ontelbaar meer schriftplaatsen te noemen, die getuigen van de mogelijkheid voor ons, om al in dit aardse leven verandert te worden. Voor
wie echter de zojuist genoemde schriftplaatsen niet genoeg zijn, kunnen ook al de overigen niet verder helpen. Onze verandering in het goddelijke
beeld moet, volgens het getuigenis van de schrift, beslist hier en nu, in dit aardse leven en in dit ster-felijke lichaam beginnen.
De inleidende schriftplaatsen op de voorkant
(Rom.12:2 en 2 Kor. 3:18) beloven ons niet alleen de verandering in het goddelijk beeld, zij
openbaren ons bovendien ook nog de precieze weg van de praktische omzetting daarvoor. Voordat wij nu echter deze weg gedetailleerd bekijken,
moeten wij beslist vasthouden, dat deze schriftplaatsen niet alleen maar van een zichzelf-veranderen, maar van een metamorfose, dus van een
bovennatuurlijke verandering, spreken. Wij moeten − woordelijk − metamorfoseert, d.w.z. in een andere gestalte omgevormd worden. Ik noem dit, zodat
wij niet in de fout vallen, onze verandering uit eigen kracht en menselijk vermogen te moeten bewerken. Iedere vorm van menselijk vermogen kan
alleen tijdelijke verandering, nooit echter goddelijke verandering voortbrengen. Gods weg is niet, slechts iets onze omgangswijze te veranderen of
een beetje ons menselijk wezen, zoals bij een oud gebouw, te vernieuwen resp. te restaureren. Gods wijze is onze scheppende en karaktermatige
verandering op alle gebieden. De weg naar deze verandering is daarom van A tot Z een bovennatuurlijke, waar wij evenwel actief bij betrokken
zijn.
Hoe wordt men verandert?
"Wordt veranderd (»metamorfoseert«)
door de vernieuwing (»anakänosis«)
uws gemoeds
(»nous«)
" (Rom. 12:2).
Onze verandering komt volgens deze tekst op de weg van een vernieuwd denken tot stand. Verandering komt met andere woorden niet door de kracht van
ons willen, maar door de kracht van een veranderd denken tot stand. Deze onderscheiding is misschien wel de fundamenteelste, waarop we moeten achten.
De kracht tot verandering hangt tenslotte niet af van goede voornemens, maar van een vernieuwd denken! De weg van onze verandering verloopt
woordelijk over de naarbovenvernieuwing (»anakÄnosis«) van ons denken (»nous«). Om deze weg beter te kunnen begrijpen,
leg ik u eerst de begrippen »anakänosis« en »nous« uit. »Nous« heeft met meer als alleen met "denken"
te maken. »Nous« betekent gewoonweg het vermogen tot geestelijke waarneming. Ons omgevormd worden in een andere gestalte hangt dus
volgens
Rom.12:2 direct af van de volledige vernieuwing van ons geestelijke waarnemingsvermogen. Ons geestelijke waarnemingsvermogen echter
moet zich woordelijk "naar boven" (»ana«) "nieuw gemaakt" (»känosis«) worden. Dus niet opgepoetst,
maar volkomen naar boven nieuw gemaakt worden. In het Duits hebben wij »anakänosis« met "Erneuerung" (vernieuwing) vertaald,
wat met het oog op onze thematiek echter ontoereikend is. Het gaat nu eenmaal niet enkel om een beetje vernieuwing in de zin van een restauratie van
onze geestelijke waarnemingsvermogen. De schrift spreekt hier van een compleet naar boven nieuw maken. Daarmee is de alles beslissende dimensie
aangegeven, op welke wijze onze waarnemingvermogen moet worden vernieuwd. Naar boven, dat betekent terug naar God zelf, naar boven naar de
goddelijke oorsprong, terug in de dimensies van God, terug in de hemelse gewesten, zoals Paulus het in
Ef.2:6 ("En heeft ons mede opgewekt,
en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus.") zegt. In deze onderscheiding gaat het om veel meer als alleen om
woordenzifterij. Want de spanwijdte van ons denken resp. waarnemingsvermogen kan zich, zoals we nog zullen zien, van de derde hemel tot de derde hel
uitstrekken. Omdat de weg van ons veranderd- en omgevormd worden van de volledige vernieuwing van ons waarnemingsvermogen afhangt, luidt nu de
alles beslissende vraag, van welke van deze zes niveaus resp. dimensies van ons denk- en waarnemingsvermogen beïnvloed worden. Maar hier botsen
ettelijke complexen van thema's op elkaar. Daarom vat ik het tot nu toe gezegde nog eenmaal kort samen, en dan richten wij ons op deze zes dimensies
van de geestelijke waarneming. Nadat dezen gesorteerd zijn, willen wij de consequenties daaruit afleiden.
samenvatting: Wij zijn geboren om verandert te worden. We moeten tot in het beeld van God verandert worden. Echter het leven van een mens wordt
niet op de weg van goede voornemens en wilsinspanningen veranderd, maar door de volledige naarbovenvernieuwing van het geestelijke
waarnemingsvermogen. Onze wilskracht en onze geschiktheid, een veranderd leven te leven, ontspringt dus uit een vernieuwd denk- en
waarnemingsvermogen. Ons waarnemingsvermogen (»nous«) kan zich echter op minstens zes verschillende niveaus bewegen.
De drie minusdimensies van het heiligdom
Juist in de afgelopen decennia wijdde de interesse van de filosofie, religie en zelfs de maatschappij zich toenemend aan het gedachten- en
bewustzijnsleven van de mensen. Allen schijnen overeenstemmend erkent te hebben, dat zonder een voorafgaande verandering van het menselijke denken,
er ook geen verandering in deze wereld kan zijn. Zo vermeerderen zich overal de inspanningen om een nieuw denken en bewustzijn van de mensheid.
Bijzonder sterk in opmars zijn de bewustzijnsveranderende leringen van het positieve denken en belijden. Bewustzijnsverruiming is regelrecht tot
een modewoord van de huidige tijd geworden. Miljoenen mensen wijdden zich zowel filosofisch, religieus dan wel maatschappelijk aan de
bewustzijnsverruimende oefeningen, die in het positieve denken en belijden hun begin hebben. En dit alles gebeurd zelfs met een opmerkelijk succes.
Zelfs de geneeskunde bewijst vandaag, dat er een directe samenhang tussen ons denken en ons gehele zenuwstelsel bestaat. Iedere medicus en
psycholoog kan u daarvan een getuigenis geven, hoe positief denkende mensen het op alle gebieden van het leven verder brengen: zij worden minder
ziek, hebben meer succes in het zakenleven, vinden makkelijker relaties en zijn heel fundamenteel eerder aan de zonnige kant van het leven gevestigd,
terwijl negatief denkende en belijdende mensen het onheil op alle gebieden gewoon aantrekken. Ikzelf ben met mensen opgegroeid, die in alles
principieel het positieve en goede verwachtten. Ettelijken is zoiets dergelijks ook werkelijk overkomen, zodat zij vandaag, werelds gezien, in
hoogste posities staan. Andere daarentegen, die altijd bij alles iets negatiefs te vertellen of te vrezen hadden, zijn vandaag uit de menselijke
maatschappij uitgerangeerd, brengen hun dagen door in krankzinnigeninrichtingen onder verdovende medicamenten of op andere wijze in ellende. Deze
verbluffende relatie tussen denken en verandert worden trekt in toenemende mate ook veel predikanten in haar ban. Zo vind deze filosofische kennis
ook in toenemende mate ingang in de bijbelse verkondiging. De leer van het positieve denken en belijden worden een op een in Rom.12:2 enz. in
geïnterpreteerd. Echter deze interpretatie is verkeerd resp. ontoereikend. Want
Rom.12:2 spreekt niet alleen maar van een vernieuwing
van ons denken, dat een beetje verandering bewerkt, maar van een volledige naar boven vernieuwing van ons geestelijke waarnemingsvermogen, die een
verandering, een goddelijke metamorfose tot gevolg heeft. Let hier op het verschil: ik beweer niet, dat positief denken en belijden geen verandering
bewerkt. Zeker bewerkt het verandering, maar nooit scheppende verandering. Daarom zegt Paulus juist op deze plaats, wij moeten niet gelijkvormig zijn
aan resp. overeenkomsten met het schema van deze wereld. Wat is het schema van deze wereld? Het is de eigen inspanning in alles. Gelijkvormig resp.
gelijk aan het schema van deze wereld zijn wij daarom precies zo vaak, als wanneer wij door de kracht van de eigen inspanning bepaalde veranderingen
proberen op te roepen.
Om het in een gelijkenis uit te drukken: God wil de rups in een vlinder veranderen. Hij is er niet tevreden mee, dat de rups zich slechts als een
vlinder begint te voelen of te gedragen. Zelfs wanneer zij zich nog zo sterk inbeeld, een vlinder te zijn, zodat zij zich ergens van een tak werpt,
vervult zij daarmee niet Gods voornemens. Daarom behoort het positieve denken en belijden tot de eerste minusdimensies van onze geestelijke
waarneming. Onze eigen voorstellingskracht is een menselijk product en de autonome karikatuur van wat God daadwerkelijk wil. Het is nooit toereikend,
eenvoudig menselijk de knop om te zetten en positieve gedachten en voorstellingen te oefenen. OP zijn laatst in tijden van vermoeidheid, b.v. als
gevolg van zware noodlotsslagen, faalt deze menselijke energie- en krachtbron weer. Zij verdroogt, omdat zij uit het aardse, vleselijke,
vergankelijke en sterfelijke voortgekomen is. Wij hebben een waarnemingsenergie nodig, die nooit meer faalt noch verdroogt. Het veranderde
waarnemingsvermogen, dat een metamorfose in ons tot stand brengt, is niet een product van de menselijke inspanning. Zij is niet iets waar we zelf
voor kiezen of wat we zelf doen, maar iets, dat van buiten naar ons toekomt en aan ons werkt. Positief denken en belijden alleen heeft hoogstens
verandering- maar niet omvormingskracht in zich. God heeft er geen welgevallen aan, omdat het niets anders als zelfgekozen en ongedifferentieerde
mooipraterij is. Zoiets mist iedere goddelijke basis en leidt diegenen, die daar niet mee stoppen, direct in het antiheiligdom binnen.
Uit de tweede minusdimensie van dit antiheiligdom komen voort al de zelfgekozen positieve belijdenis senen zelfbewustzijnoefeningen, die overal op de
wereld worden aangeprezen. Positief denken is het voorhof van dit negatief-heiligdom, positief belijden en zelf-bewustzijnoefeningen zijn het
negatief-heiligdom. Ik zal aansluitend de analogie in het goddelijke heiligdom laten zien. Het is geen toeval, wanneer dit geïmiteerde schema,
deze menselijke weg van het zich-willen-veranderen, uiteindelijk direct in de magie binnenleid. In de tweede minusdimensie van het negatief-heiligdom
gaat het om slagwoorden als "ken uzelf" en "wordt veranderd door zelfkennis". Daarmee is natuurlijk alleen het positieve en
"goddelijke" in mensen bedoeld. Jezus Zelf, onze omkeer en boetedoening tot Hem, heeft hier geen plaats. Onbestreden leidt ook dit tweede
minusniveau tot diepe veranderingen, nooit echter tot goddelijke omvorming. Wie in deze zelfgekozen "ken uzelf" verblijft, komt op deze weg
tenslotte bij de derde minusdimensie, in het "heilige der heiligen" van het negatief-heiligdom: Dat is magie, afgoderij en tovenarij. De
verandering neemt nu in zo verre diepere gestalte aan, omdat de mensen zich daar door andere geesten laten vullen en leven. Deze treden van het
geleefd worden is de hoogste trap van de imitatie van het goddelijke heiligdom. Degenen die verleid zijn denken, de top van de verandering te hebben
verkregen, alleen omdat zij tot bovenzinnelijke krachten gekomen zijn. Wat zij niet weten, is, dat deze geesten hen slechts aanhangen en hen
bevlekken en dat zijzelf echter substantieel op geen enkele wijze verandert worden. Bij hun overlijden blijven zij als dode en lege omhulsels achter.
Zij zijn van alle goede beloftes beroofd en gaan ver van het aangezicht van God in de eeuwigheid binnen.
De drie plusdimensies van het goddelijke heiligdom
daarmee geenszins alleen positieve inhoud − en al helemaal niet een bepaalde zelfgekozen inhoud. Het voorhof van de goddelijke
denkveranderingsprocessen wortelt volledig en helemaal in de door God gegeven beloftes, die echter onlosmakelijk aan de dynamische voorwaarden van
God zijn vastgeknoopt en blijven. De weg van onze omvorming is daarom geenszins als een zelfbedieningswinkel.
Laten we ons nu bezig houden met de drie niveaus van de naar boven vernieuwing van ons nous, die in waarheid tot de goddelijke metamorfose
leiden.
Het voorhof van onze naar boven vernieuwing
Het voorhof van deze waarnemingsveranderingsprocessen bestaat in geloven en belijden van alle goddelijke beloftes. Let op, we spreken nu eerst van
het voorhof. Er zijn zoveel christenen die graag verandert willen worden. Zij zullen deze goddelijke metamorfose echter precies zolang niet
beleven, zolang zij bij deze voorhofoefeningen blijven staan. Het volledige vertrouwen in de beloftes van God beeldt slechts de startoprit, de
grondvoorwaarde, kortom het voorhof van de naar boven vernieuwing van ons nous. Wanneer wij ons aan de heerschappij van Christus gelovend
onderwerpen, worden ons in de heilige schrift, meer dan 30.000 beloftes en erfrechten aangeboden. Streeft u naar goddelijke verandering en niet
alleen maar naar menselijke verandering? Breng dan het voorhof achter u, indien u ononderbroken de beloftes van God leert vertrouwen. Laat u door
niets en niemand meer afschrikken. Ken uzelf in Christus als het Israël van God en geloof in de immer voortgaande overwinning, die u gegeven is, zo
vaak u alleen Zijn beloftes belijdt en uw gehele denken in de erfrechten verankert. Deze voorhofoefeningen vermogen echter in de eerste plaats uw
instelling, uw principiële grondhouding, te vormen. In deze eerste positief-dimensie van het goddelijke heiligdom wordt eerst uw geestelijke
gezindheid naar boven vernieuwd
Het heiligdom van onze naar boven vernieuwing
In de tweede positiefdimensie van het goddelijke heiligdom moet dan echter ook nog uw praktische gedrag naar boven worden vernieuwd. Gedurende
het zich-opvullen met de goddelijke beloftes in de voorhofoefeningen die overeenkomt met het zich volvreten van een rups, lijken de
heiligdomsoefeningen op die fase, waarin de rups zich in een cocon begint te veranderen. Streven wij in daad en waarheid naar de goddelijke
verandering en niet alleen maar naar de menselijke verandering, is deze oefening in de tweede plusdimensie van het goddelijke heiligdom van het
allergrootste belang. Hier gaat het om de naar boven vernieuwingsoefening van ons verenigingsbewustzijn met God. Hier wordt ons volle bewustzijn
van het "Christus in ons" en "wij in Hem" opgebouwd. Daarom treft deze in de schepping verankerde gelijkenis van de verandering van het cocon zo
treffend op onze metamorfose in het beeld van Christus. Verandering is in onze fantasie steeds weer iets, dat ons dadelijk vleugels geeft en ons
door hoogten laat vliegen. Echter de goddelijke verandering begint in schijnbaar eindeloze mach-teloosheidoefeningen. De rups lost zichzelf na de
verpopping volledig op, indien zij tot een brei wordt en haar oude identiteit compleet ver-liest. Precies zo gaat het met ons in deze
veranderingsprocessen van het tweede niveau. Wij moeten onze eigen identiteit, onze eigen bestaan omwille van "Christus in ons" leren verloochenen.
Wij moeten herkennen, wie Hij in ons is en wie wij zijn in Hem. Daarbij worden wij met tienduizenden moeilijkheden en onmogelijkheden geconfronteerd.
Alles dient alleen daarvoor, ons bewustzijn naar boven nieuw te maken, dat Hij dan wij en wij dan Hij zijn. Alles, wat wij vroeger aan beloftes
geloofd en gegrepen hebben, wordt hier dan praktische realiteit. Niet allen onze instelling en geestelijke gezindheid wordt hier verandert, maar
ons gedrag, ons doen ervaart hier een substantiële verandering. Overal, waar wij boven onze eigen grenzen uit geleid worden, begint Zijn wijsheid,
Zijn kracht, Zijn deugd zich in ons te bewegen. Nog hangen wij echter in deze nauwe cocon en bespeuren alleen, dat iets in ons opnieuw gevormd
wordt, maar het schijnt in ons nog als gevangen, als achter slot en grendel. Echter de naar boven vernieuwing van ons geestelijk
waarnemingsvermogen wordt meer en meer doorgebouwd. Hoe meer wij oefenen, onszelf te verloochenen, van elk zelfbewustzijn af te sterven en het
bewustzijn van de "Christus in ons" aan te trekken, des te meer beginnen wij, de geur van de goddelijke verandering waar te nemen. Alleen via dit
tweede bewustzijns-veranderingsproces komen wij in de derde plusdimensie van het god-delijke heiligdom.
Het heilige der heiligen van onze naar boven vernieuwing
En juist deze derde dimensie is de uiteindelijk beslissende, wanneer
Rom.12:2 zegt:
"Wordt metamorfoseert door de naar boven
vernieuwing van het nous." Niet zelfgekozen positief denken brengt deze metamorfose voort, ook nog niet het positief geloven en belijden
van alle goddelijke beloftes. De eerste werkelijk bovennatuurlijke veranderingsprocessen beginnen daar, op de tweede trede, in het heiligdom,
waar wij de Christusidentiteit tot op de laatste consequentie in plaats van het eigene leren te grijpen. Wij worden naar boven vernieuwd in het
volle bewustzijn, wie Hij in ons is en wie wij in Hem zijn. Echter de absolute veranderingskracht komt tenslotte voort uit de derde trede. Hier
gaat het om de voortdurende waarneming van de werken van God in, aan en door ons. Hier gaat het om de nog volledige naar boven vernieuwing van
ons geestelijk waarnemingsvermogen, zodat wij in de Geest waarnemen, wat deze in ons wonende en deze het alles omvattende van moment tot moment
werkt resp. op het punt staat te doen. Alleen wie in het volle bewustzijn van de vereniging met God leeft, wordt daarin geleid, dat hij van moment
tot moment kan waarnemen, wat God in ieder afzonderlijke situatie doet of laat blijven. De enige waarnemingsenergie, die nooit faalt en nooit
verdroogt, is de waarneming van dat, wat God net uitwerkt − het kennen van God in het hier en nu! Want hoe zwakker, ellendiger en verloren wij in
ons zelf zijn, des te meer en gemakkelijker vinden wij toegang tot dit dy-namische kennen van God en Zijn werken
(Ps.34:18 ("Zij roepen,
en de HEERE hoort, en Hij redt hen uit al hun benauwdheden.") / Ps.46:2 ("God is ons een Toevlucht en Sterkte; Hij is krachtelijk bevonden
een Hulp in benauwdheden.")). De naar boven vernieuwing van ons denken, die onze metamorfose tot gevolg heeft, bereikt zijn hoogtepunt in
het voortdurende meevloeien met God en het Hem-door-ons-werken-laten. Maar ook in deze derde positiefdimensie van het goddelijk heiligdom moeten
wij erop letten, dat Paulus zegt: "wordt veranderd." Dat betekent, dat ook in dit voort-durende medevloeien nog een groeiproces aan de gang is.
Het is hier nog niet afgesloten. Echter op geen andere weg zullen wij tot de ons beloofde definitieve metamorfose van ons lichaam komen, als op die
van het voortdurende kennen, medevloeien en samenwerken met God.
God en Zijn werkingen kennen
Menigeen zal zich op deze plaats afvragen, hoe men in vredesnaam God zo onophoudelijk aan het werk kan zien. Naast de zojuist beschreven weg van
deze twee voortreden in het goddelijke heiligdom geef ik u nog enkele schriftplaatsen, die u helpen, gericht in deze volledige naar boven
vernieuwing van uw denk- resp. waarnemingsvermogen te komen. In principe kan ik u op deze plaats aanbevelen, mijn boek "apostolisch bidden"
met de daarbijbehorende nieuwe uitgave "apostolische gebeden" te bestuderen. Want "God kennen" heeft met Geest en openbaring te maken.
Er is geen menselijke weg, die in dit kennen van God naar binnen leid. Alles moet door kracht van de openbaring door de Heilige Geest in ons gebeuren.
Het apostolische gebed van
Filemon 4 beloofd ons echter, dat wij al het goede, dat in ons is met het oog op Christus, kunnen kennen − wanneer we
het maar smeken en verwachten.
Ef.1:15-19 beloofd ons gelovende gebed de Geest van de wijsheid en openbaring in het kennen van Hem Zelf. De
apostolische gebeden leren ons, in aanspraak te nemen, dat wij Gods roeping door middel van verlichte ogen van het hart leren kennen en zo ook onze
roeping in Hem.
Ef.3:14-19 beloofd ons de doorbraakmacht tot de hele volheid van God, zodat wij gemeenschappelijk uit Zijn lengte, breedte,
hoogte en diepte leren scheppen. Fil.1:9-11 zegt dat wij van geval tot geval kunnen weten, waarop het aankomt, wat volgens het doel steeds het
juiste is. Kol.1:9-11 leert ons, om de diepere waarneming van Zijn wil te bidden, zodat wij aan elk geestelijk totaalinzicht deelhebbers zijn.
2 Thess.1:11-12 beloofd ons, dat wij overtuigd kunnen meegaan in alles, wat voor het gezamenlijke goed resp. wat het beste is. Met
Heb.13:20-21 laten wij ons in elk opzicht nog volkomen aan Zijn goede werken en werk aanpassen. Deze en nog vele schriftplaatsen meer
beloven ons met zekerheid, dat het mogelijk is, altijd met verlichtte ogen van het hart te zien, wat God actueel doet. Zij garanderen ons de
mogelijkheid, met dit werken van God gelijke tred houdend standvastig gemaakt te kunnen worden. Het is mogelijk, ten allen tijde volgens de
actuele stand aangepast te worden, zodat wij in alles altijd alles genoeg hebben en overstromen voor elk goed voorbereide werk
(2 Kor.9:8.).
Verhef daarom in geloof uw ogen, om te zien, wie Hij is. Verhef uw ogen om te weten, wie Hij in u is. Wordt u daarbij bewust, dat die in u dezelfde
is, die u als schepper, tekenen- en wonderdoener in uw bijbel herkent hebt. Verhef verder uw ogen en erken, wie u in Hem bent. Erken
met
2 Kor.5:21 ("Want Dien, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in
Hem."), dat u niet alleen maar een gerechtvaardigde door Jezus bloed, maar de gerechtigheid van God in Jezus Christus moet worden. Erken
verder met
Ef.6:10 ("Voorts, mijn broeders, wordt krachtig in den Heere, en in de sterkte Zijner macht."), dat de kracht van God
er niet alleen voor u is, maar dat uzelf deel van deze kracht van God, de gave en zegening van God bent. Wordt
met Kol.2:9-10 ("Want in Hem
woont al de volheid der Godheid lichamelijk; En gij zijt in Hem volmaakt.") gewaar, dat u in Hem een volkomen gemaakte bent. Verhef uw ogen
en wordt gewaar, wat Hij juist nu "live" doet. En ten slotte verhef uw ogen en erken, wat Hij "organisch" doet, dat betekent,
wat Hij met Zijn gemeente als organisme, als geheel doet.
De volgende stap
Opdat niemand in de war raakt door dit woord en mogelijk denkt, ik zou al te hoge dingen leren, die te gecompliceerd en onbereikbaar zijn, verwijs
ik nog op een belangrijke wetmatigheid op deze weg van de verandering. De naar boven vernieuwing van ons denk- resp. waarne-mingsvermogen gebeurd
niet gelijktijdig op duizend verschillende gebieden. Het wezenlijke bij al hetgeen, wat God rechtstreeks doet en werkt, ligt steeds weer precies
alleen in een volgende, concrete stap. Bekijk daarvoor het voorbeeld uit
1 Sam.16. De profeet Samuël was een van de meest uitmuntende
kenners van de werkingen en werken van God. Op gezette tijden kon hij, zoals in het voorbeeld van
1 Sam.10 te zien is, de mensen probleemloos
zeven zekere tekenen op een enkele dag vooruitzeggen. Tot in details zei hij van te voren tot koning Saul, op welke plaatsen welke mensen hem met
welke voorwerpen in de handen zouden ontmoeten. Hij profeteerde ook, wat zij dan tegen hem zeggen en doen zouden en wat er daaropvolgend met hem
gebeuren zou. Alles gebeurde exact zo. Tot deze volheid van het kennen van God was Samuël echter alleen maar gekomen, omdat God hem zoals gewoonlijk
alleen steeds stap voor stap leidde. Zo halen we het uit
1 Sam.16:1b ("Ik zal u zenden tot Isai, den Bethlehemiet; want Ik heb Mij een
koning onder zijn zonen uitgezien."). Toen God Samuël opdracht gaf, de nieuwe ko-ning David te zalven, zei Hij hem niet dadelijk, dat de
naam van de nieuwe koning David was. Hij leidde hem stap voor stap. Vervolgens zond de Geest hem tot de Bethlehemiet Isaï. Eerst echter bij
het offer in het huis van Isais was God bereid, Samuël de volgende stap te laten zien.
Dan werd Eliab, Abinadab, Schamma enz. voor het aangezicht van Samuël gesteld. Over elk afzonderlijk van de zonen gaf God een
"negatief" resp. uitblijvend signaal. Tot de laatste van de broers van David aan de beurt was, ging het signaal uit naar Samuël,
dat geen van dezen de uitverkoren koning was. Op deze "stap-voor-stap-weg" ont-dekte hij, dat er nog een jongste zoon van Isaï was.
Over deze echter legde de werking van God getuigenis af, dat hij de nieuwe koning was.
De snelste weg tot de goddelijke metamorfose ligt altijd alleen in het kennen van de volgende stap. Probeer nooit er twee of drie in een keer te
gaan. Zo eenvoudig is dit koninkrijk, dat ons in de goddelijke verandering binnen leidt. Daarom ligt de belangrijkste en grootste zegen tot
verandering nog niet in het "ik-ben-kennis". De kennis, wie u in Hem bent en wie Hij in u is, is nog steeds statisch. De dynamische
dimensie van uw verandering ligt daarin, wat de "Ik ben" juist nu als volgende − in de volgende stap − doet! Dit voortdurende gadeslaan door
op te merken leidt tot de actiefste verandering, lees tot omvorming van ons gehele zijn en wezen, tot op de verandering van ons lichaam.
Dit onophoudelijke gewaarworden en medevloeien met datgene, wat God actueel doet, is deze naar boven ongedekte blik, die ons volgens
2 Kor.3:18 ("En wij allen, met ongedekten aangezichte de heerlijkheid des Heeren als in een spiegel aanschouwende, worden naar hetzelfde
beeld in gedaante veranderd, van heerlijkheid tot heerlijkheid, als van des Heeren Geest.") tot een kanaal van de veranderingskracht
wordt, omdat wij ongedeeld de heerlijkheid van God aanschouwen. Indien wij met
Heb.12:1-2a ("Daarom dan ook, ... laat ons afleggen allen
last, en de zonde, die ons lichtelijk omringt, en laat ons met lijdzaamheid lopen de loopbaan, die ons voorgesteld is; Ziende op den oversten
Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus..") wegkijkend van al het andere voortdurend op Jezus zien, hoe Hij alle dingen aanvangt
en ook voleindigt, hebben wij een begaanbare weg en de vermogensmacht, de ons licht omringende zonden onder de voeten te houden. In plaats van
aan het bedrog van de zonde en haar op de voet volgende verderf te vervallen, worden wij in het beeld van Christus verandert, van heerlijkheid
tot heerlijkheid.
Hoe kunt u weten, waar God aan het werk is?
"Ik schrijf u, kinderkens, want de zonden zijn u vergeven... Ik schrijf u, vaders, want gij kent Hem, die van den beginne (van alles) is. Ik
schrijf u, jongelingen, want gij hebt de boze overwonnen... want gij zijt sterk en het woord Gods blijft in u..."(1 Joh.2:12-14).
En de Heilige Geest gekomen zijnde, zal de wereld overtuigen van (1) zonde, en van (2) gerechtigheid, en (3) van oordeel...."(Joh.16:8).
Het actuele werken van God ligt steeds heel dicht bij u, zoek Hem daarom nooit te ver weg. Het verloopt steeds volgens dezelfde grondprincipes.
Hoe onmondiger u bent, des te meer kunt u de werkingen en het gedrag van God in alles herkennen, wat met zonde en overgave te doen heeft. Waar de
zonde ook lokt, onderwijst de Geest u actueel. Zolang u een klein kind in de Geest bent, zult u onophoudelijk de vaderliefde van God met het oog
op uw zonden in actie zien. Vloei steeds mee, wanneer u gewaarwordt, hoe Hij voor de zonde vlucht, haar wederstaat, haar verafschuwd. Laat Zijn
levendmakende ondervindingen, Zijn verlangen naar reinheid en heiliging in u binnenvloeien. Ervaar onophoudelijk Zijn stroom van welgevallen aan
reiniging, overgave en gehoorzaamheid. Zoek als klein kind niet te hoog, omdat Hij Zichzelf aan u eerst in het voorhof openbaart. Daar kunt u
Hem bij alle zondeoffers en overgaveoffers, lof- en dankoffers voortdurend aan het werk zien.
Bent u echter al iets gerijpter en hebt als jongeling de boze en verzoeker onder de voeten gebracht, zo hoed u ervoor, dat u niet bij het
zondofferaltaar in het voorhof blijft staan. Want voor u beweegt God Zich voort in de richting van het heiligdom. Draait u zich daarom verder alleen
om uw zonden, dan zult u de Heilige weer uit het oog verliezen. U wil Hij nu de Logos van God in u laten zien in zijn volle kracht en autoriteit. U
moet God onophoudelijk aan al uw medebroeders in het organisme aan het werk zien. U vindt Hem overal, waar de totaalgerechtigheid, waar het goede
voor het geheel met macht wordt opgericht. De vaders in het geloof echter zien God toenemend in Zijn alomtegenwoordigheid en almacht in alles en
ieder. Zij zien God al in de kleinste aanvangen bij allen aan het werk. Zij rusten in Zijn alles controlerende, alles wendende en bepalende macht.
Zij zien Hem van vroeg tot laat in alle domeinen en sferen van de schepping triomferend aan het werk. Zij zijn vervult van Zijn allesomvattende
liefde, Zijn onomkoopbare oordeelsijver en Zijn vurige toorn. Vaders van het geloof verliezen God uit het oog, wanneer zij de aardse ontwikkelingen
weer met jongelingsogen bekijken. Zij slaan niet meer met dezelfde intensiteit elke behoefte en wee wee van de gemeente gade. Zij schrikken niet
meer bij elke opkomende nood of verleiding op en grijpen tot de strijd besloten "tot de wapens". (ik spreek geestelijk.) Zij laten God
veel meer ruimte om te werken, omdat zij al in de aanvangen herkennen, hoe God het wil oplossen. Maar allereerst houden zij onophoudelijk de
Almachtige Vader voor ogen, die met absolute soevereiniteit altijd alles in de hand heeft. Zij grijpen alleen vastbesloten door, wanneer zij
herkennen, dat anders ernstige gaten in het organisme ontstaan. Zij kunnen onderscheiden, welke dingen zich "vanzelf" weer oplossen en
voor welke behoeftes God welk vaten voor verzadiging gebruikt. Zoals de apostel Johannes het met betrekking daarop in zijn eerste brief schrijft,
zo gaat het ook met het oog op de gehele heilige schrift: "Ik heb u kinderkens... jongelingen... vaders geschreven." Alhoewel weliswaar
maar een brief met maar een tekst voor allen klaarligt, moeten de kinderkens alles op hun niveau, de jongelingen echter en ook de vaders hetzelfde
wederom op hun eigen niveau begrijpen. Elke stap en elk woord van God houdt daarom, alhoewel het voor allen maar "een woord" is
desalniettemin meerdere dieptes in. U kunt God alleen dan altijd en in alles actueel aan het werken zien, wanneer u net zo in alles ook
overeenkomstig uw persoonlijke stand hoort, opmerkt of leest. Dit is de ware weg, die niet tot zelfgemaakte verandering, maar tot goddelijke
metamorfose leidt.
De "gezamenlijk volgende" stap
Ik ken veel christenen, die er voor zichzelf vanuit gaan, de stem en de wer-king van God te kennen. Zij getuigen er onophoudelijk van, hoe God
hen stap voor stap door deze wereld leidt. Nu moet men echter nog rekening houden met een dimensie, waarmee juist "geestvervulde" mensen
niet zelden hevig in botsing komen. Ik twijfel er niet aan, dat God de mensen individueel daar, waar zij zich juist bevinden, stap voor stap leidt.
Omdat onze laatste verandering van de volledige naar boven vernieuwing van ons geestelijke waarnemingsvermogen afhangt, is het nu van beslissende
betekenis te weten, dat er naast het individuele waarnemingsniveau ook nog een gemeenschap-pelijk waarnemingsniveau betstaat. God maakt niet alleen
geschiedenis met u en mij als individuen, maar ook met ons gemeenschappelijk. Ontelbare chris-tenen, juist ook uit de pinkster-charismatische wereld,
stagneren desalniette-min op de weg van de verandering, omdat zij of onwetend of afwijzend zijn tegenover de "gemeenschappelijk volgende"
stap. God is echter een God van het organisme. Allen willen graag een veranderde wereld zien, echter deze wereld kan alleen dan verandert worden,
wanneer wij als mensheid verandert worden. Deze mensheid werd echter als organisme geschapen. De voltooiing van de Christus is de voltooiing van
een organisme, die samen functioneert als een enkel lichaam. De opname, die ons beloofd is, is niet een opname van ontelbare individuen, maar de
opname van een lichaam, een organisme. Daarom is de in
Rom.12:2 of
2 Kor.3:18 beloofde omvorming uiteindelijk een organische,
gemeenschappelijke aangelegenheid. Volgens
Ef.4 moet het lichaam van Christus de volle rijpheid van de man onder het ene hoofd ver-krijgen. Deze
geslachtsrijpe zoon zal niet alleen worden weggerukt, maar ook als een lichaam, als een organisme, door God, de Vader, worden ingezet, om met
Christus duizend jaren te heersen. De volledige naar boven vernieu-wing van ons geestelijke waarnemingsvermogen is daarom tenslotte, naast alle
individuele oefeningen en volgende stappen, altijd ook nog aan een ge-meenschappelijk volgende stap verbonden. De naar boven vernieuwing van ons
denken en de daarmee beloofde verandering is uiteindelijk aan een orga-nische dimensie verbonden. Het is daarom heel begrijpelijk, dat ontelbare
kinderen Gods in de huidige tijd geestelijk stagneren, alhoewel zij beweren, persoonlijk hier en daar mooie leidingen van God te beleven. Steeds
weer ontbreekt hen een zeker iets, omdat zij in de gemeenschappelijk stroom van God nog niet hun plaats gevonden hebben. Alleen diegene komt in
de beloofde verandering tot zijn doel, die ook de "gemeenschappelijk volgende" stap, dat wil zeggen het onmiddellijk volgende handelen van God
met Zijn Israël als het gemeenschappelijke, stapsgewijs leert te herkennen. Hier kom ik weer bij de benadrukking uit
Gal.5:25. Nadat de apostel
in vs.16 heeft gezegd,
"Wandelt (peripatäo) in de Geest, en gij zult de begeerte van het vlees niet vervullen", zegt hij in
vs.25:
"Indien wij door den Geest leven, zo laat ons ook door den Geest wandelen (»stoichäo«)."
»Stoichäo» betekent ook, door de Geest "als in een gemeenschappelijk orde ingelijfd zijn", "bij te blijven".
Er is een gemeenschappelijke orde van God voor Zijn lichaam. Deze wordt door de apostolische dienst beheerd. De mensen vinden eerst dan de weg in
de onophoudelijke stroom van de Geest, nadat zij de weg in deze apostolisch-profetische gemeenschappelijke orde in het lichaam naar binnen hebben
gevonden. Wie eerst eens zijn plaats in dit organisme heeft gevonden, die kan helemaal niet meer zo bestaan, zoals hij daarvoor alleen gaand heeft
bestaan. Het hele christenleven heeft ergens geen zin meer, wanneer men niet ook de gemeenschappelijk volgende stap kan herkennen. Het gaat om veel
meer als alleen daarom, wat God met mij als individu doet. Het gaat daarom, wat God met ons als geheel lichaam doet. Deze "gemeenschappelijk
volgende" stap echter is altijd onafscheidelijk aan de apostolische dienst verbonden. Elke gemeenteleider en herder heeft daarom als eerste
opgave, zijn kudde heel praktisch in het apostolisch-profetische werk van God naar binnen te begeleiden. De plaatselijke herders zijn degene die
de apostolisch-profetische diensten omzetten. Zij maken het plaatselijk in daad en waarheid in de praktijk concreet, wat hen door de apostolische
dienst geleerd werd. Staat u daarom in een plaatselijke gemeente, die de apostolische dienst veracht en niet onophoudelijk de gemeenschappelijk
volgende stap in het oog heeft, verwonder u niet, wanneer het veranderings- resp. omvormingswerken in uw leven tot een stilstand komt. Alleen
daar waar wij Gods werken in een volgende stap in ons persoonlijke leven waarnemen, gaat het verder. Bovendien moeten wij de "gemeenschappelijk
volgende" stap in onze kleinste levenscel, in ons huwelijk of gezin weten. Dan is er een "gezamenlijk volgende" stap voor de
plaatselijke gemeente en tenslotte dan ook een "gezamenlijk volgende" stap op nationaal en internationale basis.
"En dit is het
eeuwige leven, dat zij U kennen, den enigen waarachtigen God, en Jezus Christus, Dien Gij gezonden hebt... Vader, Ik wil, dat waar Ik ben, ook die
bij Mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt; opdat zij Mijn heerlijkheid mogen aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt..."(Joh.17:3+24).
Streef dit kennen van God na als het waarachtige leven. Wordt metamorfoseert, doordat u de volgende stap voor uzelf, voor uw cel, voor de
plaatselijke gemeente en bovendien in het organisme herkent. Komt u op de een of andere van deze genoemde gebieden niet uit uzelf eruit, doe dan
een beroep op deze dienst, want juist hiervoor is zij gegeven.